Bijen

Bijen zijn sterk behaarde vliegende insecten die honing  maken en voorraden aanleggen voor de winter. Ze leven van nectar en stuifmeel dat ze uit bloemen halen en door speciale stukjes aan hun poten blijft plakken. Bijen vormen een belangrijke rol bij de bestuiving van bloemen en planten. Binnen de bijenfamilie kan er onderscheid gemaakt worden gemaakt tussen solitaire bijen (wilde bijen), die alleen leven en eusociale bijen (hommels en honingbijen), die in volken leven. De honingbij is veruit de meest bekende bij. Dit komt vanwege zijn herkenbare verschijningsvorm en zijn aanwezigheid in grote aantallen.

Ze worden veelal ingezet bij de bestuiving van gewassen en fruitbomen. Ook de hommel is een bij die in volken leeft en is te herkennen aan zijn langere geel met zwarte beharing. Van alle bijen zijn het de vrouwtjes die steken. Dit doen zij met hun angel die aan haar achterlijf bevestigd zit. Deze angel bestaat uit weerhaken die blijft steken in de huid van het slachtoffer. Als de bij zich na de steek los probeert te trekken, scheurt de angel met de gifblaas los van haar achterlijf. Dit betekent meteen het einde van haar leven. Omdat de gifblaas tot een minuut na de steek werkzaam blijft, is het van groot belang om de angel direct uit de huid te verwijderen.

De mannetjes heten Darren. Het enige wat alle mannetjes doen is de koningin proberen te bevruchten. Als dat gebeurd gaat het mannetje dood. In een korf wonen zo'n 20.000 tot 80.000 bijen. In elke staat is er maar een bij die eieren kan leggen. Dat is de koningin. De koningin kan per dag 1500 tot 3000 eieren leggen. Slechts eens in haar leven op haar bruiloftsvlucht ontvangt zij de mannelijke geslachtsdelen. Deze kunnen 4 jaar in het zaadbuisje blijven. De baby die geboren wordt is de koningin. Bron: Spreekbeurten info