Hommels

Op het eerste gezicht lijkt een hommel op een bij. Een hommel is echter groter en zijn lichaam is bedekt met zwarte, gele of oranje haren.  Nederland kent 29 soorten hommels. Bekende hommels zijn o.a. de Aardhommel, de Akkerhommel, de Steenhommel, de Weidehommel, de Koekoekshommel, de Grashommel, de Boomhommel, etc.

Hommels zijn bijzonder onder de bijen, omdat zij een sociale levenswijze hebben. Dit sociale leven houdt in dat vrouwtjes met elkaar samenwerken bij de nestbouw en het verzorgen van het nageslacht (het”broed”). Bij hommels is het zelfs zo dat alle eieren gelegd worden door één vrouwtje, de koningin. Het liefst ondergronds. De andere vrouwtjes, de werksters, zijn dochters van de koningin en leggen zelf geen eieren, maar helpen hun moeder met het nest en het broed.

Hommels hebben sterke kaken waarmee ze stukken uit bloemen kunnen knippen om bij het nectar in de bloem te kunnen komen. Door op deze manier nectar te vergaren dragen hommels minder bij aan bestuiving dan wanneer ze in de bloem kruipen om het nectar eruit te halen. Hommels bouwen geen raten en hebben geen honingvoorraad. Hommels slaan alleen een beetje nectar op om op slechte dagen toch te kunnen eten.

Hommels vertonen soms massaal trekgedrag, waarbij op een plek in enkele uren vele duizenden hommels langs vliegen. Hommels vliegen rond met een bromgeluid en kunnen net als de bij en de wesp steken met hun angel. Zelfs meerdere keren. Alleen zullen deze goedmoedige beestjes met hun dikke jas het niet zo gauw doen.    

Bron: Willem Wever, Bestuiving.nl en Bio-weetjes.