Lieveheersbeestjes

Lieveheersbeestjes zijn kevers. Een kever is pas een lieveheersbeestje als het een platte buik heeft en als zijn rug, borst en kop samen bijna een half bolletjes vormen, van opzij gezien. Een Lieveheersbeestje is tussen de 5- en 9 millimeter groot. Er leven in Nederland zo’n 60 verschillende soorten lieveheersbeestjes. Het meest voorkomende lieveheersbeestje in Nederland is het zevenstippelige. Dit lieveheersbeestje heeft op elk van zijn twee dekschilden 3 en een halve stip. Beide vormen zij dan zeven. Dre stippen hebben niks met de leeftijd te maken, het geeft het soort aan.

Lieveheersbeestjes eten voornamelijk bladluizen. Daarom worden ze wel gebruikt in de glasteelt en bij bestrijding van luizenplagen. Een volwassen lieveheersbeestje lust per dag zo’n 100 bladluizen. Er zijn er ook die van plantenschimmels leven.

Lieveheersbeestjes overwinteren en in de lente en zomer gaan ze paren. Na de paring leggen de vrouwtjes de eitjes. Dit duurt 2 dagen en het zijn er soms wel125. Na een paar dagen komen de eitjes uit. de larve van het lieveheersbeestje is zwartgrijs met gele wratten aan de weerszijden van het lichaam en heeft drie paar borstpoten. De larve eet tot aan zijn poptijd 200 á 600 bladluizen. Het eet tot de huid zich open splitst. En verander dan in een pop. De pop is ongeveer 3,5 mm groot, donkergrijs tot zwart met gele vlekken. Na een paar dagen komt de pop uit en dan is het een lieveheersbeestje. De kleur komt na 5 minuten en de stippen later. Vrouwtjes zijn groter dan het mannetje.

Lieveheersbeestje smaken vies, zien rood of geel en hebben daarom weinig vijanden. Als ze toch worden gepakt gebruiken ze verschillende afweermiddelen. Hun poten en antennes trekken ze in en blijven doodstil liggen.

Een soort wesp (Perilitus coccinellae) is wel een vijand. Deze legt haar eitjes in het lieveheersbeestje. En de jonge wesp eet het lieveheersbeestje dan van binnenuit op.