Nachtvlinders

De vlinders in Nederland zijn ingedeeld in dagvlinders en nachtvlinders. Afgaand op deze namen lijkt het alsof ze simpel uit elkaar te houden zijn, maar dat is niet altijd het geval. Het klopt wel dat dagvlinders altijd overdag vliegen. En het klopt dat de meeste nachtvlinders ’s nachts vliegen. Maar er zijn ook nachtvlinders die overdag vliegen.

Er zijn in Europa meer dan 10.000 soorten nachtvlinders. Uit Nederland zijn er meer dan 2400 bekend, waarvan ruim 1480 horen tot de zogenaamde kleine vlinders (microlepidoptera). Nachtvlinders zijn vaak minder opvallend van kleur. Om echt zeker te weten of het een nachtvlinder is, is het goed om nar de antennes van de vlinder te kijken. Die van de dagvlinders zijn allemaal lang en dun en met een knopje erop, nachtvlinders hebben soms hele borstels als antennes (vooral de mannetjes), of hebben er allemaal weerhaakjes aan. Ook hebben ze soms heel lange dunne antennes (vooral de vrouwtjes), maar nooit met een knopje erop (behalve de bloeddrupsoorten).

Veel nachtvlinders rusten op een boomstam, een paaltje of een muur. Het loont de moeite om zulke plaatsen af te zoeken, vooral ’s morgens vroeg, voordat de vlinders door de warmte of het directe zonlicht op zoek gaan naar een andere plek. Een andere eenvoudige manier om nachtvlinders te zoeken is het overdag inspecteren van plaatsen waar de hele nacht het licht heeft gebrand.

In het donker kan men gewapend met een zaklantaarn op zoek gaan naar de nachtvlinders. Door af te gaan op de geur van bloeiende bloemen, zijn vaak veel soorten te vinden die deze bloemen gebruiken om nectar te drinken. Ook op bloedende bomen, rottend fruit, vochtige grond, dode beesten en uitwerpselen zijn vlinders geregeld voedsel zoekend aan te treffen. Bron: Vlinderstichting en Gardensafari.