Spinnen

Spinnen zijn nuttige dieren, want ze ruimen veel insecten op. Er zijn in de wereld ongeveer 70,000 soorten spinnen. In Nederland zijn er ongeveer 550 soorten. Er zijn twee groepen spinnen, spinnen die een web maken om hun prooi te vangen en de spinnen die dat niet doen. De groep die webben maakt heet de webspin , dit zijn o.a. de kruisspin en de Kaardespin.

Webspinnen hebben geen oren en horen met hele kleine haartjes die op hun poten zitten. Als de spin uit zijn web gaat neemt hij een draadje (signaaldraad) mee, zodat hij altijd voelt als er een prooi in zijn web komt. Spindraad is heel sterk, sterker als staaldraad. Spindraad wordt gemaakt door de spintepels, die zitten achter op het lijf van de spin. In het spindraad zitten 3 verschillende stoffen. Deze stoffen beschermen het web tegen indroging, schimmel, bacteriegroei en het uit elkaar vallen.

Spinnen zoals de Springspin en de Wolfspin hebben ogen en geen web nodig, Zij vangen hun prooi. Een spin heeft 2 kaken, deze gebruikt hij om een prooi (vlieg) vast te houden. In de kaken zitten gifnaalden. Als de spin een prooi vasthoudt dan spuit hij er gif in. Doordat de spin niet kan bijten spuit hij samen met het gif nog ander spul in de prooi. De prooi lost dan op en dan zuigt de spin het naar binnen. Een spin proeft niets. Ze voelen met de haartjes op hun poten of ze een prooi nog kunnen eten of dat hij al oud is. Spinnen kunnen wekenlang zonder eten. Bron: Spreekbeurtenstartpagina.nl