Wantsen

Wantsen lijken op kevers, maar ze hebben vaak een platter lichaam. Wantsen hebben net als kevers, dekvleugels op het achterlijf. Die van Wantsen zijn meestal wat zachter dan de harde Keverschilden en ze hebben een vliezig uiteinde. de dekvleugels liggen een beetje over elkaar heen, waardoor er een soort kruisfiguur ontstaat. Bij Kevers liggen dekschilden netjes tegen elkaar aan. Ze overlappen elkaar niet. Een ander verschil is dat de Wantsen een zuigsnuit (snavel) hebben, een soort rietje. Meestal ligt deze tegen de buik aan en is hij moeilijk te zien. Ze worden ook wel snaveldragers of snavelinsenten genoemd.

In ons land komen meer dan 600 soorten Wantsen voor. Ze leven vooral op planten en struiken. Planteneters zuigen met hun zuigsnuit sappen uit bladeren en stengels. Vleesetende Roofwantsen zuigen er prooien mee leeg. Er bestaan ook wantsen die op het water leven. Jonge Wantsen noemen nimfen, omdat ze sterk op hun ouders lijken. Ze beginnen hu leven niet als made of rups. Ook kennen ze geen popstadium.