Wespen

Je hebt twee soorten wespen. De sociale wesp ( Plooiwesp, Gewone wesp en de Duitse wesp) woont samen met andere wespen in een nest. En je hebt de solitaire wesp, (Graafwesp, Spinnendoder, Goudwesp, Urntjeswesp, Sluipwesp en de Hoornaar), die leeft alleen en heeft geen nest. Sommige solitaire wespen leven in een oud nest van socialen wespen. Solitaire wespen leven dus niet in een groep.

Het lichaam van een wesp bestaat uit een kop, een borststuk en een achterlijf. De vleugels zitten aan het borststuk. Om het lichaam van een wesp zit een chitinelaag, dat is een laagje hoornachtige stof. Deze laag beschermt tegen verwondingen, uitdrogen en geeft stevigheid. Het zijn insecten met een angel en wespentaille. Over het lijf loopt een geel met zwarte tekening. De mannetjes zijn te herkennen aan de langere voelsprieten en die van de werksters zijn korter.

De wespen konden eerder papier maken dan de mensen. Dat doen ze met hun speeksel. Ze zoeken hout en kauwen dat fijn en met hun speeksel ontstaat er een papje. De sociale wespen maken daar hun nest van.

Wespen leven van nectar, honingdauw, luizen, stuifmeel, plantensap en sap van vruchten. Wespen leven maar een seizoen en leggen geen voorraad aan. Vrouwtjes wespen kunnen steken en dit doen ze met hun zogenaamde naaldangel die, doordat het geen weerhaken heeft, niet achterblijft in de huid. Hierdoor zijn zij in staat om soms wel 10 keer een steek toe te dienen. Sommige mensen zijn allergisch voor een wespensteek en moeten daardoor vaak van een hulpdienst gebruik maken. Bron: Koosroggeveld.nl